Additionele besluiten en Defensie

24 sept 2018
519 keer
Additionele besluiten en Defensie
Afgelopen week is de Personeelsrapportage midden 2018 gepresenteerd. In de rapportage wordt helder inzichtelijk gemaakt voor welke uitdaging het kabinet Rutte III staat: het gaat nog steeds niet goed met het personele bestand van Defensie. Helaas wordt het beeld van de afgelopen jaren bestendigd. Het aantal militaire vacatures neemt toe en Defensie vangt dit op door te verburgerlijken. Bijna 27% van het defensiepersoneel bestaat nu uit burgers, terwijl dit 20% zou moeten zijn. Het aantal reservisten dat op dit moment werkzaam is bij Defensie bedraagt 8%. Dit houdt in dat het aantal beroepsmilitairen nog maar 65% van het personeelsbestand bedraagt. Een zorgelijke ontwikkeling die niet door middel van de vele grafische afbeeldingen in de rapportage wordt weergegeven.

Opvallend is dat het aantal vrouwen dat bij Defensie werkzaam is laag blijft. Nog geen 10% van het militaire bestand bestaat uit vrouwen. Ook het aantal vrouwen bij het burgerpersoneel blijft achter. Het percentage haalt de 25% niet, terwijl normaal in een overheidsomgeving dit percentage twee keer zo hoog ligt. Hier ligt dan ook de uitdaging voor Defensie: hoe gaan we jonge meiden enthousiasmeren voor onze organisatie en hoe kunnen we ze behouden?

Een andere opvallend gegeven in de rapportage is het ziekteverzuim onder het personeel. Zoals te doen gebruikelijk verzuimt de militair minder dan de gemiddelde Nederlander. Hier dus niets nieuws onder de zon. Bij het burgerpersoneel is wel een bijzonderheid te constateren. Het ziekteverzuim laat een stijgende tendens zien en ligt niet alleen hoger dan dat bij de gemiddelde Nederlander maar ook ruim boven het gemiddelde van het ziekteverzuim van de overheid. De rapportage gaat niet in op de reden van dit hoge verzuim. Dat verbaast me, want 6,7% is ten opzichte van de overheid 1,3% hoger.
Er is nog een groot verschil tussen de burgermedewerkers en de militairen. 37% van de militairen heeft nog vertrouwen in de toekomst. Bij de burgermedewerkers is dit 65%. Dit is goed waarneembaar bij de irreguliere uitstroom van burgermedewerkers, daar deze met minder dan 1% zeer laag is. De uitstroom van het irreguliere verloop bij militairen is ruim 4%. Dit verloop vindt voornamelijk bij de landmacht en de marine plaatst. Voor alle operationele commando’s geldt dat zij een vulling van minder dan 90% hebben. Opvallend is dat Defensie aangeeft dat de verwachting is dat de dalende trend van de vulling van militair personeel doorzet gedurende de tweede helft van 2018. Een realistische verwachting daar de werkgevers in Nederland in de rij staan om ‘het goud van Defensie’ over te nemen.

De gestage uitstroom van ervaren militairen en het lage vertrouwen dat zij in de toekomst hebben zouden de politiek en onze defensietop aan het denken moeten zetten. Gebrek aan (financieel) perspectief is een belangrijke reden waarom Defensie er maar niet in slaagt om onze ervaren militairen binnen te houden.

Afgelopen week schreef de CDS in zijn weblog dat hij zich zorgen maakt over de toekomst van Defensie. En terecht dat doe ik ook. Hij schrijft dat we geduld moeten hebben. ‘Defensie zet stappen vooruit’. Dat is inderdaad het geval maar het gaat helaas nog erg langzaam. In de personeelsrapportage wordt hier ook naar verwezen: ‘We realiseren ons dat de laatste jaren veel van ons personeel is gevraagd. De komende jaren willen we stap voor stap werken aan het herstellen van vertrouwen. Hiervoor is het nodig met onze personele agenda aan de slag te gaan, samen met ons personeel en de centrales van overheidspersoneel. Hier is veel werk te verzetten, waarbij de eerste stappen zijn gezet met onder andere de uitvoering van het programma Behoud en Werving, en het arbeidsvoorwaarden- en pensioenonderhandelaarsresultaat’.

Mooie woorden die in één klap werden weggevaagd door de opmerking van Premier Rutte tijdens de politieke beschouwingen. Op de vraag of het defensiebudget gaat groeien naar 2 % BBP gaf hij het antwoord: ‘We zetten ons er allemaal voor in maar zo’n investering vergt additionele besluiten’. Die moeten nu eenmaal worden genomen ’in een weging’ met andere zaken die geld kosten. ‘Het is uiteindelijk aan de coalitie’. En zo is het, in een democratisch land. Resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst maar of dit hoopgevend is voor het defensiepersoneel is maar de vraag. Het merendeel van onze politieke leiders is niet erg begaan met Defensie. Ik hoop dat ik het verkeerd zie maar het eerlijke antwoord van premier Rutte is niet hoopvol voor de volgende rapportage.

Reageren op deze weblog>>

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04