Bijzonder, dat bijzonder vaak wordt vergeten

31 okt 2016
1307 keer
Bijzonder, dat bijzonder vaak wordt vergeten Bron foto: Commons.wikimedia.org
Afgelopen dinsdag is er in de Eerste Kamer een debat gevoerd over de normalisatie van de rechtpositie van de ambtenaar. Ofwel, zijn ambtenaren bijzondere werknemers met een bijzondere rechtpositie of zijn het vandaag de dag ‘normale’ werknemers? Op 8 november as. zal de Eerste Kamer zijn oordeel vellen over de rechtspositie van de ambtenaren. Ik verwacht dat het een gelopen race is en dat de Eerste Kamer zal instemmen met het afschaffen van de bijzondere rechtspositie van de ambtenaar. Saillant detail is dat de bonden door zowel de Eerste Kamer als Tweede Kamer buitenspel worden gezet. Ik verwacht dan ook dat de Centrales van Overheidspersoneel een kort geding tegen minister Plasterk zullen gaan aanspannen, voordat hij het wetsvoorstel aanneemt. De rechter zal in deze dus een besluit moeten nemen of een werkgever eenzijdig de rechtpositie van de werknemer mag en kan veranderen.
Voor het defensiepersoneel geldt dat de ambtenarenstatus van kracht blijft. Naast de bijzondere positie die de militair heeft wordt ook het burgerpersoneel onder een bijzondere positie gebracht. Dit biedt kansen maar ook bedreigingen. In het verleden is namelijk te vaak geen rekening gehouden met de bijzondere positie, met als gevolg dat de militair financieel nadeel heeft ondervonden vanwege diens bijzondere positie.

Woensdag jl. heb ik tijdens een hoorzitting inzake het AOW-gat mede namens de VBM en AFMP onze visie over de bijzondere positie van de militair gegeven. Vanuit deze bijzondere positie worden onze grondrechten verregaand ingeperkt. Dit is terecht, want het hoort bij het beroep waarvoor wij gekozen hebben. Echter, het heeft een keerzijde. De inperking legt ook een bijzondere verplichting op aan het kabinet, de Tweede Kamer en Defensie. En daar gaat het in mijn ogen nogal eens mis. De overheid als wetgever houdt namelijk geen of te weinig rekening met onze bijzondere positie. In het recente verleden betrof dit de WUL en nu weer het AOW-gat.
Ik heb tijdens de hoorzitting dan ook aangegeven dat wij ons als militairen ernstig benadeeld voelen door dezelfde overheid die ons beperkende voorwaarden heeft opgelegd. Niet alleen de militair maar ook het ministerie van Defensie wordt regelmatig de dupe van de bijzondere positie van de militair. Als er nieuwe wet- en regelgeving wordt gemaakt dient in mijn ogen rekening te worden gehouden met de bijzondere positie en ‘daar waar de schoen wringt’ moet een departement, in dit geval Defensie, worden uitgezonderd. Mocht dit niet aan de orde zijn dan zal compensatie moeten volgen. Immers, als dit niet gebeurt moet Defensie dit zelf bekostigen dan wel (gedeeltelijk) afwentelen op haar personeel.

Dit is wat mij betreft niet rechtvaardig en past niet bij goed werkgeverschap van Defensie. Al besef ik heel goed dat het kabinet en de Tweede Kamer hiervoor verantwoordelijk zijn. Vanuit deze verantwoordelijkheid zal er veel meer aandacht moeten zijn voor de bijzondere positie. Immers, deze bijzondere positie brengt naast de vele voordelen voor het kabinet ook (financiële) nadelen met zich mee. Ik denk dan bijvoorbeeld aan veteranenclaims - waar blijft het Erefonds Veteranen? - de WUL, strafheffing van 52% op de UKW-uitkering maar ook de voorlopige voorziening voor het AOW-gat enz. De kosten die met de bijzondere positie zijn gemoeid komen allemaal ten laste van het P-budget van Defensie zonder dat Defensie hiervoor (volledig) wordt gecompenseerd. Het gevolg hiervan is minder arbeidsvoorwaardelijk budget voor het defensiepersoneel. De balans tussen ‘zoet en zuur’, het evenwicht tussen het beperken van de grondrechten en de compensatie hiervoor is nu volledig zoek. Ik heb de aanwezige politici van de Vaste Kamercommissie van Defensie dan ook opgeroepen om niet alleen hun verantwoordelijkheid te nemen om het onrecht van het AOW-gat te herstellen maar ook om de bijzondere positie van de militair in het algemeen serieus te gaan nemen en Defensie hiervoor te gaan compenseren. Zeker in het licht bezien dat waarschijnlijk al het defensiepersoneel binnenkort bijzonder is. Het laatste nieuws rond het AOW-gat , waaruit blijkt dat de AOW-leeftijd vanaf 2021 weer verder omhoog gaat met nog meer financiële problemen voor de pensioneerde militair, versterken alleen maar mijn pleidooi. De politici zijn nu aan zet!

Reageren op deze weblog

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04