Marinestudie 2005 afgerond, KM staat voor afgrond

17 okt 2016
1948 keer
Marinestudie 2005 afgerond, KM staat voor afgrond Bron foto: Emirates News Agency
Onlangs is de ‘Beleidsdoorlichting Marinestudie-2005: wijziging samenstelling Koninklijke marine’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Het document geeft een goed inzicht in de afbraak van onze Koninklijke Marine sinds 2003. De Marinestudie 2005 is opgesteld naar aanleiding van de politieke discussie in 2004 over de oppervlaktevloot en had als doel de samenstelling en de middelen van de marine, gezien de veiligheidssituatie en de maritieme ontwikkelingen, nog beter op haar taken af te stemmen. Dit ‘nog beter op haar taken af te stemmen’ had als bijkomend effect dat “... tijdelijk minder grote oppervlakteschepen beschikbaar zouden zijn”.

De effecten voortkomend uit de Marinestudie 2005 bestonden uit zeven pijlers die tussentijds aan de financiële situatie van ons land zijn aangepast. Het zal u niet verbazen dat alle maatregelen die een inkrimping tot gevolg hadden, en dus geld in het laadje brachten, zijn uitgevoerd. Voor een overzicht van de pijlers verwijs ik naar de beleidsdoorlichting.
Volgens de schrijvers van de beleidsdoorlichting is de internationale veiligheidssituatie in grote lijnen overeenkomstig de verwachting verlopen. In september 2013 onderstreepte het kabinet nog dat de Koninklijke Marine met de Marinestudie 2005 de goede weg was ingeslagen. Dit gold op dat moment zeker niet voor de Koninklijke Marine: die trilde nog op haar grondvesten van een net doorgevoerde reorganisatie, waarbij 2000 functies waren geschrapt. Het verschil tussen ‘daagse - en Haagse werkelijkheid’ kan niet beter worden geïllustreerd.

Volgens de schrijvers werd in 2014 echter een significante verslechtering van de internationale veiligheidssituatie zichtbaar. Vanaf 2014 krijgt collectieve zelfverdediging en afschrikking dan ook weer volop de aandacht van de NAVO. De Marinestudie bevond zich in 2005 nog in een heel andere werkelijkheid en stelde vast dat de klassieke invulling van de algemene verdedigingstaak was achterhaald. Vanuit die werkelijkheid verkocht Defensie 4 fregatten ten faveure van de aanschaf van 4 Ocean Patrol Vessel’s (OPV). Nu zijn OPV’s uitstekend inzetbaar voor operaties in het lage geweldspectrum, zoals counterdrugs- en antipiraterij-operaties, maar ze kunnen niet goed inspelen op de fundamentele onzekerheden van de internationale veiligheidssituatie sinds 2014. Vandaag de dag kan zonder voorwaarschuwing of te wel, vanuit het “niets” de situatie veranderen van een laag geweldspectrum situatie naar een hoog geweldspectrum. Dit werd onlangs pijnlijk duidelijk bij een aanval van Houthi rebellen, die een raketaanval vanuit Jemen uitvoerden op een schip van de Verenigde Arabische Emiraten, de ‘HighSpeed-catamaran’ “Swift’. Een oud- marineschip op een humanitaire missie in de Rode Zee. De catamaran werd hierbij zwaar beschadigd en is total loss. Bij een aanval op Amerikaanse marineschepen heeft de destroyer USS Mason twee Standard Missile 2 (SM) raketten en één Evolved Sea Sparrow Missile (ESSM) raket ter verdediging afgevuurd. Wat zou er gebeurd zijn als een OPV in de Rode Zee zou zijn aangevallen door deze rebellen?

De belangrijkste conclusies van de beleidsdoorlichting is dat het beleid uit de Marinestudie doeltreffend was. Ondanks het niet behalen van alle zeven maatregelen is er sprake geweest van beheerste financiële uitgaven. Dat de uitkomsten van de beleidsdoorlichting onderschrijven dat de Koninklijke Marine niet meer voor haar taak berekend is, is een soort bijvangst “die zal worden betrokken bij de defensiebrede afweging voor de toekomst en zal bij toekomstige besluiten over kapitale wapensystemen nadrukkelijk rekening worden gehouden met de fundamentele onzekerheden in de veiligheidssituatie”.

Mijn conclusie is dat de Marinestudie 2005 een drama is gebleken voor de Koninklijke Marine. Maatregelen met betrekking tot inkrimping van de Koninklijke Marine zijn inderdaad doeltreffend uitgevoerd. Broodnodige investeringen zijn ‘in het belang van Nederland’ echter vooruitgeschoven. Een groot aantal schepen incl. onderzeeboten bereikt op zeer korte termijn zijn End Life of Type (ELOT). De komende 15 jaar moeten 23 schepen worden vervangen om de, huidige vredesdividendmarine, in stand te kunnen houden. Dit alles in het licht van fundamentele onzekerheden in de veiligheidssituatie, die zich sinds 2014 voordoen en waarmee het kabinet Rutte II niets heeft gedaan. Minister Hennis verdedigde onlangs deze aanpak nog als volgt: “Je kunt niet in periodes van relatieve rust de helft van de krijgsmacht laten verdwijnen”. Dit is nu juist wel gebeurd! De Koninklijke Marine is sinds de val van de Muur met meer dan de helft ingekrompen. Het is maar de vraag of toekomstige kabinetten wel het geld ter beschikking zullen stellen om de kaalgeschoren vloot in het licht van de fundamentele onzekerheden in ere te herstellen.

Reageren op deze weblog

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04