Bijzonder jammer

09 nov 2015
1834 keer
Bijzonder jammer
Afgelopen week was het ongekend druk in de Tweede Kamer. Toen ik in de lange rij voor de ‘security check’ stond leek het wel een defensiereünie van gewezen militairen. De Groen van Prinstererzaal in de Tweede Kamer, waar het Wetgevingsoverleg Personeel Defensie werd gehouden, was zo vol dat er zelfs een tweede zaal gereed moest worden gemaakt, zodat iedereen in de gelegenheid werd gesteld het overleg te volgen.
Voor menigeen was het een lange zit, daar het overleg uitliep en bijna 6 uur duurde. Er viel dan ook veel te bespreken. Defensie piept en kraakt immers op personeelsgebied.
Duizenden vacatures en mede hierdoor een te hoge werkdruk op de werkvloer, met als gevolg een oplopend ziekteverzuim. Een te hoog irregulier verloop en een te lage (wervings-)instroom, waardoor het personeelsbestand van Defensie zich op dit moment al onder de Numerus Fixus (NF) van 2020 bevindt. U leest het goed! In de Defensiebegroting 2016 is een vooruitblik naar 2020 opgenomen. Ondanks de trendbreuk waar iedereen naar verwijst blijft het defensiepersoneel verder inkrimpen. De (financieel) onhaalbare 100% vulling per 2016 is door de minister reeds losgelaten en Defensie richt zich nu op 2020, daar dat nog enigszins in de buurt ligt van het huidige personeelsbestand.
Naast de bovenstaande onderwerpen waren de gewezen militairen vooral geïnteresseerd in de reparatie van hun AOW-gat. Dit omdat zij van mening zijn dat zij voor hun bewezen diensten ‘een oor worden aangenaaid’. Later hierover meer.
Tijdens het Wetgevingsoverleg is er terecht lang stilgestaan bij de problematiek rondom PX-10 en chromatische verven. Terecht, daar door het toedoen van het werken met deze ziekteverwekkende stoffen een groot aantal (ex) defensiemedewerkers (chronisch) ziek zijn geworden. Helaas heeft Defensie in beide dossiers klaarblijkelijk kamerdruk nodig om stappen voorwaarts te zetten.
Daarnaast is er lang stil gestaan bij de reservistenproblematiek bij de Landmacht. Voor de tientallen reservisten die in november en december niet kunnen worden opgeroepen is dit heel vervelend. Daar staat echter tegenover dat de Landmacht in de eerste 10 maanden van dit jaar veel meer reservisten heeft opgeroepen dan gepland, met als gevolg dat het budget op is. Een foutje in de planning en dat verdient inderdaad beterschap,maar is dit nu het grote personeelsprobleem bij Defensie?
Tevens was er veel aandacht voor de vrouw bij Defensie. Kamerleden constateren dat er in hun ogen nog steeds te weinig vrouwelijke militairen bij Defensie werkzaam zijn. Dit betreft zowel vrouwelijke militairen in de onder- als in de bovenbouw. Het is inderdaad een gegeven dat er verhoudingsgewijs weinig vrouwen werkzaam bij Defensie. De vraag is echter of dit aan Defensie ligt, of aan de gemiddelde vrouw? Als ik bij mijn zoon op de lagere school kijk dan zijn de mannelijke leraren op één hand te tellen. Ligt het dan aan de school of aan de gemiddelde man? Er zijn immers duizenden vacatures bij Defensie, waarvan een aanzienlijk deel door vrouwelijke rekruten kunnen worden bezet. Als Defensie ooit nog eens 100% gevuld raakt dan is dat alleen dankzij het grote aantal vrouwen dat bij Defensie werkzaam wil zijn. In het kader van de emancipatie werd naast een motie voor aanpassing van de Grondwet, opdat de dienstplicht eveneens op de vrouw van toepassing moet zijn, een tweede motie ingediend: het Korps Mariniers moet open worden gesteld voor vrouwen. Ik ben er van overtuigd dat er vrouwen kunnen voldoen aan de hoge eisen die het Korps stelt. Echter, de vrouwen die dit willen en kunnen zijn waarschijnlijk op één of twee handen te tellen. Is dit nu het grote personeelsprobleem bij Defensie?

Terug naar de (gewezen) militairen. Tijdens het wetgevingsoverleg werd even stilgestaan bij de Bijzondere Positie van de militair. Een positie die de militair als werknemer uniek maakt in Nederland. Een positie waarvan Defensie graag gebruik maakt om de defensieorganisatie betaalbaar te houden. In deze Bijzondere Positie zitten zoetjes en zuurtjes. De zoetjes beginnen echter rap te verzuren. Eind 2014/begin 2015 is er lang stilgestaan bij de gevolgen van de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL). Door de invoering van deze wet hebben alle militairen financieel nadeel ondervonden, omdat zij niet onder de Zorgverzekeringswet vallen. Het CDA heeft door middel van een motie wederom de aandacht gevraagd voor de financiële ‘aderlating’ die hierdoor bij militairen heeft plaatsgevonden. De minister heeft de motie echter ontraden, omdat reparatie ten koste gaat van andere zaken. En dat laatste is niet wenselijk, omdat dit leidt tot een financieel probleem.

De gewezen militairen hebben tot de tweede termijn van de minister moeten wachten op de beantwoording van de vraag over hun AOW-gat. Een financieel gat dat ontstaat omdat de militair niet op de AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen gaat maar op 65 jarige leeftijd. Een gat dat kan oplopen tot €500,- per maand. Het antwoord van de minister was de lange zit niet waard. De voorlopige voorziening betreft een gedeeltelijke compensatie voor het AOW-gat en men moet begrijpen dat de minister het geld maar één keer kan uitgeven. Daarnaast is de minister van Defensie niet verantwoordelijk voor fiscale wetgeving. Het moet echter niet gezien worden als een onrecht richting de UKW’ers.
De UKW’ers denken hier terecht anders over. Het is wel een onrecht. Zij kunnen er niets aan doen dat vanwege kabinetsbeleid de AOW-gerechtigde leeftijd omhoog is gegaan. Zij kunnen er niets aan doen dat de Bijzondere Positie van de militair zoals gewoonlijk niet in beschouwing is genomen bij de wording van nieuw kabinetsbeleid. De financiële gevolgen (lees: reparatie) hiervan lopen in de miljarden euro’s. Een financieel probleem voor het Kabinet. Maar het zou hen sieren als zij dit een keer niet op de (Bijzondere Positie van de) militair afwentelt. Is dit laatste soms het terugkerend grote probleem bij Defensie?
Het was een lange zit. Een weblog waard. Ik ben benieuwd wat u vindt van de prioriteitstelling van de personeelsproblemen bij Defensie.

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04